Boek Toekomst & Tapas

Een eigen restaurant aan de zonnige costa

Boek emigratie Spanje Toekomst & TapasRobert en Ariane zijn net dertig als zij hun internetbedrijf kunnen verkopen. De vraag rijst: Stoppen we dit geld nu in een mooi huis ergens in de Randstad en blijft verder alles bij hetzelfde? Kantoorbanen, deadlines, files, donkere winters en ’s zomers juist altijd ‘goed-weer-stress’…

Tegen alle verwachtingen in emigreren ze naar het Zuid-Spaanse Andalusië en ze settelen zich in Nerja ten oosten van Málaga. In dit pittoreske badplaatsje vinden ze vlak bij zee een veelbelovend pand dat ze ombouwen tot hun restaurant Bagels & Salads. Zoals de meeste guiris (‘buitenlanders’ in spreektaal) heeft het stel echter zijn strubbelingen met de taal, bureaucratie, een natuurramp, personeel en met het opbouwen van een nieuw sociaal leven. Daarnaast bevindt de Spaanse economie zich in zwaar weer en moet hun zaak noodgedwongen een fikse conceptwijziging ondergaan.

Toch vinden ze met vallen en opstaan hun weg en raken ze steeds meer geïntegreerd in het Spaanse leven. Ze krijgen een dochter – Donna – en de jonge familie verhuist naar het platteland tussen de avocadobomen. Idyllisch, want hun buurman is schapenherder en de weg naar huis leidt door een heus riviertje. Ten opzichte van hun keurig uitgestippelde leven in Nederland is werkelijk alles veranderd! Lees in Toekomst & Tapas hoe een zonnig Mediterraans avontuur dagelijkse realiteit wordt…

Boek online bestellen (paperback € 16,95, e-book € 4,99)

Verkoop emigratie boek in Spanje

  • Foodstore Andaluz Nerja (Calle Pintada)

Klik hier voor de eerste hoofdstukken. Of zie onderstaand…

…………………………………………………………………….

Toekomst & Tapas!

  Een eigen restaurant aan de zonnige Costa

Intro

Met een onheilspellende knal begeeft onze tv het. Pfff, het zit sinds de emigratie een jaar geleden niet mee met onze inboedel! Eerder deze maand hebben ook onze vaatwasser en mijn broodbakmachine al het leven gelaten. Onze televisie is al aardig op leeftijd, maar we willen toch laten kijken of het beestje misschien nog te repareren is. Vanwege een feest ter ere van de zoveelste katholieke heilige zijn alle winkels echter dicht tot na het weekend. De avonden waarop we niet werken, brengen we dus noodgedwongen lezend door op het terras en we gaan vroeg naar bed. Eigenlijk ook niet verkeerd in dit drukke hoogseizoen met lange hete werkdagen in ons nieuwe restaurant. Na twee dagen onderzoek blijkt dat de beeldbuis helaas niet meer te maken is en de vriendelijke technicus rekent ons slechts vijf euro voor zijn tijd en moeite. Vijf euro! Waar hoor je dat tegenwoordig nog? Maar desondanks moeten we nu toch een nieuwe kopen.

Met Spaanse of Chinese merken hebben we niet zulke goede ervaringen, dus we besluiten vaderlandslievend om voor een degelijke Philips te gaan. Volgens echte Nederlandse logica zoeken we eerst op het internet het best geteste model op. Jammer genoeg hebben ze dit exemplaar echter niet op voorraad bij de enige twee witgoedzaken in Nerja. No hay (Is er niet), zeggen ze dan, zo leren we al snel. “Bestellen? Dat gaat zeker drie weken duren”, meldt de verkoopster droog. We zijn dan wel geen tv-junks, maar zó lang willen we nou ook weer niet wachten. Daarnaast komen drie weken in Spanje meestal overeen met zeker zes weken in Nederland. We hadden eigenlijk gehoopt om vanavond al languit op de bank te liggen voor onze favoriete serie. De maandag is onze enige gezamenlijke vrije dag en na deze uitputtende week kunnen we wel wat ontspanning gebruiken! Dus rijden we snel naar de moderne shopping mall twintig kilometer vanaf Nerja richting Málaga.

Onze uitverkorene staat prominent opgesteld in de showroom van de hypermarkt en het staaltje moderne techniek lacht ons al uitnodigend tegemoet. “Wat een geluk”, roepen we opgelucht, met de gedachte over een uurtje weer thuis te zijn. Ongeduldig wachten we meer dan een kwartier tot eindelijk iemand ons komt helpen. “HAL-LO! We wil-len geld uit-ge-ven!” Vervolgens blijkt heen en weer lopen tussen de afdeling en het magazijn de favoriete bezigheid van de medewerkers te zijn. Dat depot ligt helemaal aan de andere kant van de enorme hal en de voorraden worden hier zo te zien niet bijgehouden in de computer. Handig. Je zou natuurlijk ook één persoon met een telefoon in het magazijn kunnen zetten om tijd te besparen, maar goed. Na twintig minuten komt onze verkoper terug met de mededeling “No hay”. Punt. “Oh…, maar waarom staat hij hier dan als showroommodel?”, vragen we naïef. De verkoper trekt onnozel zijn schouders op, zonder dat hij de moeite neemt om verder uit te wijden. Bestellen? Uhm nee, daar doen ze hier niet aan. En door de uitdrukking op zijn gezicht krijgen we het idee alsof we werkelijk de eersten zijn die deze vraag stellen… “Hij is er vast wel volgende week”, oppert hij optimistisch. Met dit advies hebben we echter niet zulke goede ervaringen. Voor onze gewenste professionele blender zijn we in deze winkel wel acht keer teruggeweest en het ding is nog steeds niet binnen!

De verkoper voelt zich duidelijk totaal niet verantwoordelijk voor de gang van zaken. Sterker nog: hij kijkt alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Normaal gesproken zijn we best geduldig, maar we raken nu toch wel echt geïrriteerd door het beruchte Spaanse serviceniveau. Het gaat hier wel om zijn halve maandsalaris! Inmiddels zijn we een half uur verder en we hebben geen trek in het showroomexemplaar zelf. Gedwee stappen we in de auto naar de volgende shopping mall, weer twintig kilometer verder, waar zich de hele situatie nog een keer herhaalt.

Het is al avond en ik moet morgen vroeg opstaan om voor mijn dienst eerst nog inkopen te doen. We besluiten onze tijd dus niet verder te verdoen met onze stuntelige Spaanse discussies en rijden in de avondspits snel door naar Málaga. Wel handig dat veel winkels hier in ieder geval tot tien uur ’s avonds open zijn. Op het internet heb ik vanochtend al een hypermoderne multimediazaak ontdekt vlak bij het vliegveld die onze toekomstige oogappel wel op voorraad zou moeten hebben. De website leek up-to-date en dat wil in Spanje heel wat zeggen. En ook niet vervelend; de tv is online zelfs honderd euro goedkoper. De verkoopster is een echte guapetona (schoonheid), zoals ze hier zeggen, maar ze is met van alles bezig behalve haar klanten. Ze ratelt onafgebroken aan de telefoon, waarbij ze stoïcijns haar perfect gelakte nagels bestudeert. Ik vraag me ongeduldig af of ze niet gewoon privé aan het bellen is, terwijl er nog meer zuchtende mensen achter ons aansluiten in de rij. In de zaak zijn nog vijf verkopers aanwezig en die vervelen zich zichtbaar. Maar ja. TV is hun afdeling niet.

Na een kwartier worden we eindelijk door de verkooptroela geholpen. Ze weet ons te melden dat ze de tv hier inderdaad op voorraad hebben. We onderdrukken een luid JOEHOE! Maar…, tegen de internetprijs krijgen we hem natuurlijk niet mee. “¿Perdona?”, vragen we niet-begrijpend. “Jullie hebben hem toch ook niet besteld via het internet”, verklaart ze droog.

Tjongejongejonge, wat een service! Oké, we snappen dat deze keten het bezoek aan de website wil stimuleren, waarvoor hulde. Vandaar die korting, natuurlijk. Het stomme is alleen dat je je bestelling vervolgens alsnog zelf mag komen ophalen in de winkel en dat kan pas na drie werkdagen! Aan huis leveren doen ze namelijk niet. Wij stáán hier nu toch en kunnen de versgebakken flatscreen zo in het schap zien staan. Ik voel me moe, gefrustreerd en krijg visioenen van paarse krokodillen. Maar we krijgen er geen speld tussen. Mopperend rekenen we het volle bedrag af en we stappen weer in de auto. Moegestreden, maar tenminste wel met het exacte product dat we wilden hebben.

Dit soort onbenullige maar tenenkrommende praktijken maken we dus wel vaker mee. Spanjaarden zijn echt niet dommer of luier dan de rest van de Europeanen, daarvan ben ik overtuigd. Ze zijn alleen gewoon niet kritisch en – voor niemand een geheim – het is een echte volksmentaliteit. Leraren zijn niet gesteld op discussies met hun leerlingen en artsen zijn niet gewend aan kritische vragen. Ik weet niet of dit te maken heeft met het harde Francoregime van in de vorige eeuw, maar hiërarchie wordt de Spanjaard met de paplepel ingegoten. In het bedrijfsleven is het dus ongepast om openlijk goedbedoelde suggesties te leveren aan je baas of zelfs maar aan een collega. Die zou dat namelijk best eens kunnen opvatten als kritiek en dat moet je natuurlijk niet riskeren. Dat geldt al helemaal voor ambtenaren. Die heeft zijn functie namelijk vaak voor de rest van zijn leven, waardoor de kans groot is dat je nog héél lang met elkaar opgescheept zit. En dus blijven de dingen zoals ze zijn, terwijl iedereen werkelijk best weet dat het beter kan.

Als de adrenaline weer gezakt is, bedenk ik dat we ook niet zo kritisch moeten zijn. Je kunt niet uit Nederland vertrekken, omdat het leven er te jachtig of te perfectionistisch is, om vervolgens te klagen dat de Españolen niet kunnen organiseren. Vaak is deze easy-going instelling wel lekker relaxed en halen ook wij in zo’n situatie meestal gewoon onze schouders op. Eigenlijk heb ik zelfs een hekel aan die over-kritische buitenlanders in Spanje die alleen maar klagen en zeuren over hun nieuwe thuisland. Ga dan ergens anders wonen. Het leven onder de Spaanse zon is verder immers prachtig.

Voor ons Tv-programma zijn we nu toch al te laat, dus besluiten we van de nood een deugd te maken. Met rammelende honger stoppen we bij een gezellig restaurantje in het altijd levendige oude centrum van Málaga. We bestellen gambas pil-pil (grote garnalen in kokendhete pittige knoflookolie), één van mijn favoriete gerechten. Het water loopt me in de mond, als ik de heerlijke Mediterraanse geuren uit de keuken ruik. De hippe kauwgom-kauwende serveerster komt tien minuten later echter terug zonder eten en meldt – je raadt het vast al – “No hay”. Ze kijkt ons verbaasd na als we eensgezind opstaan met een mompelend “Laat maar zitten dan”.

1.   Adios collega’s!

Ik probeer cool over te komen, maar van binnen stráál ik. Eindelijk mag het verhaal eruit, dat ik al meer dan een jaar voor me hou. “Ik heb zojuist ontslag genomen, want ik ga emigreren naar Spanje!”. Mijn marketingcollega’s kijken me aan met gepaste verbazing. Deze zonnige mededeling staat in schril contrast met de omgeving: de elfde verdieping van een modern kantoorgebouw met uitzicht op de Rotterdamse skyline. De omliggende gebouwen lijken te worden verzwolgen door de druilerige novemberregen en er staat file op de Van Brienenoordbrug. Veel mensen dromen ervan en wij gaan het doen! Wonen in een warm Mediterraans land, vlak aan zee. Nog een maand opzegtermijn en dan gaat ons avontuur beginnen.

In de resterende tijd bij mijn werkgever loop ik met mijn hoofd in de wolken en krijg ik mijn glimlach niet meer van mijn gezicht. Ik lijk wel verliefd! En ik zal het niet ontkennen; ik voel me behoorlijk triomfantelijk. Een nieuw leven, weg van de kantoorstress, weg van de sleur en geen RSI meer van mijn ingespannen vormgevingswerk. Weg van de donkere koude winters waarin ik mijn tekort aan uv-licht tevergeefs probeer te compenseren met kostbare bezoeken aan de zonnebankstudio. Mijn vriend Robert ergert zich aan de luchtvervuiling in de Randstad en de dikke laag roet die zich iedere week op onze vensterbank nestelt. En als de zon dan eindelijk schijnt, heb ik standaard last van ‘goed-weer-stress’. Na vijf dagen werken willen we in het weekend namelijk graag eens uitslapen. Dan nog boodschappen doen, afspraken, verjaardagen en steeds weer die files. Er popt altijd wel een reden op, waardoor ik niet lekker op een terrasje kan zitten met mijn kop in de zon. In mijn nieuwe thuis – Nerja genaamd – schijnt de zon gemiddeld driehonderd dagen per jaar. Wauw!

Mijn collega’s lijken me met andere ogen te bekijken. Bijna vijf jaar heb ik bij dit bedrijf gewerkt en de meesten kennen mij alleen van mijn schrijfwerk voor het bedrijfsmagazine, de opzet van het intranet en de grafische kant van klantpresentaties. Vooral de jongere medewerkers maken zelf allemaal verre exotische reizen of hebben avontuurlijke hobby’s. Ik ben kennelijk de laatste persoon, waarvan ze zoiets verwachtten. Tegelijkertijd zijn ze allemaal gefocust op hun carrière en voor hen is deze drastische stap ondenkbaar. Toen ik destijds na mijn studie eindelijk eens even twee maanden helemaal niets wilde doen, kreeg ik zelfs al bezorgde vragen over het gat in mijn cv. “En hoe zit het dan met je pensioensopbouw”, vragen ze me nu niet-begrijpend? Toch is iedereen geïnteresseerd in het ‘wat, waar en waarom’ en ik vertel vol trots over ons toekomstbeeld van een eigen restaurant aan de altijd zonnige Costa del Sol.

“Nee, we willen zeker niet weg, omdat we in Nederland niet gelukkig zijn. En nee, Spanje is niet onze hartstochtelijke passie.” Nog niet. We zoeken ‘gewoon’ die Mediterraanse levensstijl. Met veel plezier hebben we bijna al onze vakanties doorgebracht in Zuid-Europa, terwijl onze avontuurlijke vrienden stage liepen op andere continenten of zelfs over de Himalaya fietsten. Mijn collega’s zijn blij voor me, maar vragen natuurlijk ook naar ‘the downside’. Zullen we geen heimwee krijgen? Denken we niet dat we familie en vrienden te erg gaan missen? Spreken we de taal al voldoende? Na de enigszins verontruste reacties van enkele familieleden en vrienden ben ik al gewapend tegen deze kritische twijfels. Ze zijn absoluut terecht, maar in dit stadium wil ik ze eerlijk gezegd niet meer horen. Deze vragen heb ik me zelf ook al lang gesteld en de waarheid is dat ik de antwoorden zelf ook niet weet. De tijd zal het leren.

Al met al denk ik dat Skype, Facebook en goedkope vliegtickets de wereld een stuk kleiner maken, maar we willen natuurlijk wel een nieuw leven opbouwen. En ja, we zullen ongetwijfeld met tegenslagen te maken krijgen. We moeten ons aanpassen aan de Spaanse mentaliteit en het woord integratie zal voor ons een nieuwe betekenis krijgen. En nee, we hebben zelf niet al te veel horeca-ervaring, maar daarmee hebben we rekening gehouden in ons beoogde concept. Zó moeilijk zal het toch weer niet zijn om een paar smakelijke broodjes op tafel te toveren…? Ik ben ervan overtuigd dat we de uitdaging aankunnen, zowel privé als bedrijfsmatig. Gelukkig hebben we een goede financiële buffer en hoeven we geen geld te lenen. En… als het echt niet lukt, dan kunnen we altijd nog terug.

Als afscheidscadeau maakt mijn naaste collega een verjaardagskalender voor me met lollige Nederlandse spreekwoorden die ze letterlijk heeft vertaald in het Spaans. Volgens vaderlandse traditie hangt deze de komende jaren op onze wc en onze toekomstige Spaanse vrienden zullen regelmatig fronsend kijken naar de in hun ogen nogal absurde gezegdes. De spreuk die het meest op de lachspieren werkt is: “Als de haan niet kraait voor het avondrood, dan gaat het morgen regenen of de haan is dood”. Typisch Nederlandse humor, zullen we maar zeggen.

Tijdens mijn afscheidsetentje vertel ik aan mijn beste collega over een bepalend moment dat diepe indruk op ons maakte tijdens een vakantie twee jaar geleden op Mallorca. De setting was behoorlijk cliché: een zwoele zomeravond, sfeervol verlicht haventje, pittoresk visrestaurantje, de geur van gebakken knoflook, jasmijnbloesem, zeewater en aftersun. En dan lekker uitbuiken met echt het allerlaatste glaasje wijn, want enkel een bodempje kun je natuurlijk niet laten staan. Voor ons gevoel waren we aardig laat aangeschoven na een hele dag toeren langs de ruige noordkust van het eiland. Als we om de rekening vragen, komt er echter nog een twaalfkoppige Spaanse familie binnenstappen, inclusief opa en oma. Het vrolijke gezelschap begroet elkaar en de eigenaar allerhartelijkst voor ze aan tafel gaan. De gastheer opent een aantal flessen wijn en de tafel wordt volgestouwd met heerlijke tapas. De stemming aan tafel zit er meteen goed in, terwijl er langzaam aan steeds meer slapende peuters naar hun buggy verhuizen. De voltallige familie schatert aanstekelijk om de sterke verhalen van neef Alejandro. Ondanks dat wij de taal niet begrijpen, zitten we stiekem ook mee te lachen. Voor anderen zou dit vast een niet-noemenswaardig moment zijn geweest, maar wij waren ronduit gefascineerd door de relaxte en intieme sfeer aan deze tafel. Het liefst waren we zelf aangeschoven! En we kregen dit tafereel niet meer uit ons hoofd. Het idee dat je zélf zo zou kunnen leven… 

Pimientos del padron

Op een hete zomernamiddag tijdens onze zomervakantie slenteren we door het Albacin (de oude Moorse wijk) van Granada en strijken verhit neer op een schaduwrijk terrasje. Het is rustig op straat en ik neem aan dat de meeste mensen binnen zitten met de airco aan. Tegen beter weten in bestellen we een racion pimientos del padron (een portie gefrituurde groene pepertjes met zeezout). Ik concludeer net dat de pittigheid best meevalt, als ik prompt een pepertje tref dat minstens twintig keer zo heet is. A twist of nature… Ik loop rood aan, mijn bloeddruk schiet naar recordhoogte en het zweet barst me uit. Precies wat ik nodig had in deze temperatuur! Hijgend en proestend stort ik me op het witte brood dat op tafel staat en probeer ik de neiging te onderdrukken om mijn hele fles water in één keer achterover te slaan. Van schrik krijg ik voor het eerst sinds mijn jeugd weer de hik en de komende twee dagen heb ik geen gevoel meer in mijn mond.

Op het terrasje tegenover ons gaat het er een stuk relaxter aan toe. Hier zitten een stuk of twaalf caballeros (heren) op leeftijd die zich te vergeefs enige koelte proberen toe te wuiven met een traditionele Spaanse waaier. Het meest gekrompen mannetje barst opeens spontaan uit in flamencogezang, terwijl hij zijn ritme ondersteunt met zijn loopstok. Zijn amigos klappen enthousiast mee en roepen hem bemoedigend toe: Olé. We zijn slechts buitenstaanders, maar als we het warme schouwspel gadeslaan, voelen ook wij de unieke Andalusische chemie.                                                       

2.   Het plan

Het is ruim een jaar eerder als we het besluit nemen. Een beetje raar misschien, maar tot aan dat moment is van emigreren nog nooit sprake geweest. Zelfs niet naar aanleiding van de altijd populaire Ik Vertrek-programma’s op TV. Nu kom ik zelf uit een familie die het nogal eens over de landsgrenzen zoekt en ook Robert fantaseert wel eens hardop over een idyllisch leven onder de Mediterrane zon. Maar toch had ik nooit gedacht dat mijn wederhelft Nederland ooit serieus zou willen verlaten. In mijn ogen is hij stadsmens in hart en nieren. Daarnaast heeft hij sinds enkele jaren een eigen internetbedrijf. Dat runt hij vanuit de huiskamer van ons kleine huurflatje in Rotterdam centrum en het harde werken begint net eindelijk zijn vruchten af te werpen.

Na onze opleiding heeft Robert een paar jaar in het bedrijfsleven gewerkt, het zelfstandig ondernemerschap bevalt hem echter veel beter. Computers zijn zowiezo altijd al zijn hobby geweest. Hij ontwerpt internetpagina’s, samen met zijn broer is hij een vergelijkingswebsite gestart en hij werkt een paar dagen per week als freelancer bij een opkomende internetprovider. Dit werk is in eerste instantie onbetaald, maar daarvoor in de plaats krijgt hij wel een belang in aandelen. Uiteraard een risicovolle investering, maar we hebben geluk. Het bedrijf groeit zo snel dat de marktleider in de branche na drie jaar interesse heeft in een overname. Robert zal worden uitgekocht en na het horen van het goede nieuws springen we een gat in de lucht. Het voelt bijna alsof we de loterij hebben gewonnen.

Die avond komt Robert laat thuis en zit stuiterend van enthousiasme op de rand van ons bed. Met veel volume heeft hij het over zijn nieuwe plan. Ik lig al bijna te slapen, maar van zijn betoog word ik klaarwakker. Voor het eerst dringt het tot me door dat hij het serieus meent. Hij heeft het over die bewuste Spaanse familie op Mallorca. “We zitten volgend jaar in de luxe positie dat we het geld hebben en waarom doen we het eigenlijk niet gewoon: emigreren?”. “Uhm…”, is mijn haperende reactie. Hij heeft zichzelf de vraag gesteld of hij zijn huidige leven wel zo tot zijn pensioen wil voortzetten en het antwoord is ‘nee’. En met die uitspraak is er eigenlijk geen weg meer terug. Voor mij is het een compleet intuïtieve beslissing en ik hoef er eigenlijk helemaal niet over na te denken. “Oké leuk, we gaan.”

Volgens het Centraal Bureau voor Statistiek lopen er een slordige zevenhonderdduizend Nederlanders rond met emigratieplannen. Het deel hiervan dat echt doorzet, vertrekt vaak zonder voorbereiding, zonder kennis van de taal, zonder voldoende geld, zonder plan B en soms zelfs zonder een echt doordacht plan A. Net als de rest van Nederland verbazen we ons over de veelvuldige dramaverhalen op tv en dit zijn heus niet allemaal complotten van sensatiebeluste programmamakers. In Spanje gooit zelfs zeventig procent van de buitenlandse ondernemers binnen drie jaar het bijltje erbij neer, leren we al snel. Een pijnlijk percentage… Zijn wij naïef, arrogant of misplaatst zelfverzekerd om te denken dat het ons wel gaat lukken? En dat wij over vijf of tien jaar nog wel gelukkig en vol overtuiging in Spanje wonen?

We beredeneren dat we met onze brede opleidingen, ondernemerservaring, positieve instelling en gezond verstand toch best een leuk bedrijfje moeten kunnen neerzetten. Robert en ik zijn normaal gesproken geen mensen voor onoverdachte, spontane besluiten. Het voorbereidende jaar besteden we dan ook aan het omzetten van onze fantasieën in concrete plannen. De nieuwe invulling voor ons levensonderhoud zal een restaurantje worden, of liever gezegd een cafetaria. Echt professioneel koken lijkt ons op dit moment nog een brug te ver, maar een lunchkaart is vast goed te behappen. Ik heb altijd al een grote liefde voor het culinaire vak gehad en heb het gevoel dat ik zowel als kokkin als gastvrouw op mijn plek zal zijn. Ook Robert ziet zich al helemaal aan het werk op zijn eigen zonnige terras. Na zo veel jaren achter de computer trekt vooral het idee van fysiek werk in de buitenlucht ons enorm aan.

Vanwege het lange seizoen en het wintertoerisme lijkt ons het zuiden van Spanje een logische keuze. Ironisch genoeg zijn we daar dan nog nooit geweest. We willen ons goed voorbereiden, dus bezoeken we Spanje maar liefst vijf keer voor nadere inspectie. De eerste keer rijden we in een huurauto langs de kust van Denia tot Marbella. Dit is vanaf de helft van de oostkust tot bijna in de punt van Zuid-Spanje. Uit deze vijftienhonderd kilometer lange verkenningstocht blijft een top drie van leukste kustplaatsen over. Tijdens onze tweede reis vallen we definitief voor Nerja. Salobreña is bij nader inzien toch te klein en Almuñecar te weinig toeristisch. Nerja daarentegen is één van de weinige badplaatsen met nog echt een aantrekkelijk oud centrum en dat trekt gelukkig de nodige vakantiegangers. Het pittoreske voormalige vissersdorp trekt genoeg vakantiegangers, maar het toerisme is hier minder massaal dan aan de westelijke kant van Málaga. Dat stereotype deel van de Costa del Sol wordt hier ook wel oneerbiedig ‘de betonkust’ genoemd. Kortom, zelf zouden we Nerja ook uitkiezen in de reisgids.

De latere trips benutten we om Nerja in alle seizoenen te zien en om alvast meerdere Spaanse taalcursussen te volgen. Deze zetten gelukkig meer zoden aan de dijk dan ons anderhalf-uur-per-week klasje in Nederland. Maar, pfff…! Even een nieuwe taal leren, doe je toch niet zomaar. Wel ken ik de Andalusische hitparade inmiddels al uit mijn hoofd, want ik luister dagelijks naar het swingende Canal Fiesta Radio via het internet. Spanje beheerst nu ons leven. Tijdens onze vakanties dompelen we ons vol overgave onder in de Andalusische cultuur, natuur, gastronomie en genieten van al het moois dat ons toekomstige thuisland ons te bieden heeft.

De menukaart en huisstijl voor het restaurant zijn al praktisch klaar. We hebben het idee opgevat om ‘bagels’ te gaan serveren. Voor wie hier nog niet mee bekend is: een bagel is een rond broodje met een gat erin. Het wordt bereid met eersteklas ingrediënten en krijgt bijzonder lang de tijd om natuurlijk te rijzen, wel vierentwintig uur. Het bijzondere is verder dat het deeg even gestoomd of gekookt wordt voor het de oven ingaat. Hierdoor wordt de korst krokant, terwijl de binnenkant zacht blijft. Bagels kun je in allerlei variaties krijgen (bijvoorbeeld met maanzaad, zongedroogde tomaat of blauwe bessen) en ze worden meestal geserveerd met luxe beleg. Zo is de klassieker in de VS een broodje met (kruiden)roomkaas en gerookte zalm. Onze grootste drijfveer voor deze keuze is dat het woord bagel voor de kenners synoniem staat voor kwaliteit en dat is precies wat we willen communiceren.

We zoeken via het internet uit of het haalbaar is om onze bagels zelf te bakken, maar dat blijkt niet rendabel te zijn. Uiteindelijk vinden we een goede Engelse leverancier die helemaal tot in Zuid-Spanje levert. De bagels worden diepgevroren aangeboden en hoeven alleen nog te worden afgebakken. Ideaal voor ons concept en de prijs is alleszins redelijk. Naast bagels willen we ook rijk gevulde maaltijdsalades serveren, want op de fantasieloze salades van de Spanjaarden zijn we nu al uitgekeken. Qua keukeninrichting en concept zijn deze twee producten goed te combineren en onze toekomstige zaak willen we simpelweg Bagels & Salads noemen. Lekker duidelijk, wat ons betreft.

We hebben overigens niet de illusie dat we met ons concept hordes Spanjaarden zullen trekken. Dit zijn zowiezo geen broodeters en daarnaast is de bagel in Spanje nog niet erg bekend. In Noord-Europa daarentegen wint dit broodje steeds meer aan populariteit. Iedere buitenlander die we in Spanje spreken over onze toekomstplannen, beaamt dat het Spaanse brood twee uur na lunchtijd al is uitgedroogd. Wie weet wordt ons product wel een gat in de markt voor de toeristen. We informeren ons goed over hoe de Nederlandse bagelfranchiseketens hun zaken aanpakken en na enige uitleg over onze intenties, krijgen we hier en daar zelfs wat kerncijfers losgepeuterd over de kosten, omzet en het verzorgingsgebied.

Vol overgave stort ik me op rekenmodellen, moodboards voor de inrichting en eigenlijk op alles wat met Spanje te maken heeft. Daarnaast werk ik aan een website over Nerja en Andalusië, aangezien ik mijn enthousiasme voor deze plaats graag met anderen wil delen. Handig voor als vrienden en familie langskomen en wij aan het werk zijn. Ik weet dan nog niet dat mijn hobbyprojectje zal uitgroeien tot één van de best bezochte Nederlandstalige sites over dit gebied en menig Nederlandse toerist naar Nerja zal lokken.

Osborne

Mijn moeder wint op de valreep voor ons vertrek een sherrykookworkshop in een trendy Amsterdamse kookschool. Helemaal in mijn straatje natuurlijk, dus ze vraagt me mee. Het wordt voorlopig ons laatste gezamenlijke uitje. Ondanks dat mijn moeder het moeilijk heeft met mijn aankomend vertrek, snapt ze onze afwegingen steeds beter en deze vrolijke dag illustreert heel goed de levenssfeer waar Robert en ik naar op zoek zijn. We hebben een superleuke middag op een vrieskoude dinsdag in januari.

“Sherry is helemaal terug van weggeweest”, wordt ons met een lichtelijk dubbele tong verzekerd door de enthousiaste Osbornepromotor. Die heeft alvast zitten voorpimpelen, grinniken we begripvol. Dan worden we aan het werk gezet. Allemaal bereiden we een gang uit de moderne Spaanse keuken. Wel tien in totaal, want zoveel soorten vino de jerez (letterlijk wijn uit Jerez de la Frontera) zitten er in het kleurrijke scala van Spanje’s grootste sherrybodega. Van bijna kleurloos en kurkdroog tot diep donkerbruin en mierzoet. Manzanilla, fino, oloroso, dulce en Pedro Ximenes. Ik kan ze onmogelijk nog uit elkaar houden, maar dat mag de pret niet drukken. Op het menu staat onder meer zelfgemaakte kroketjes van Serrano ham en wilde eend in sinaasappelsaus. Zelf koken we een romige blauwekaassoep met sappige verse peer, bitterzoete geroosterde prei en een aromatische gelei van zoete sherry. Ronduit tongstrelend, al zeg ik het zelf. We ruiken, proeven, genieten en het wordt steeds gezelliger. En als er geen sherry in het gerecht zelf zit, dan wordt het er natuurlijk wel bij gedronken. Het is maar goed dat we met de trein gekomen zijn…